Kees Schoonenbeek

* = easy
** = medium
*** = difficult


1982
'Tre Evocazioni'
*** Donemus
14 minutes

1982
'Byrds pavane' ** Molenaar
6 minutes

1984
'Trittico' ** Haske Publications
8 minutes

1984
Concerto for piano and fanfare-orchestra ** Haske Publications
(piano and fanfare-orchestra)
15 minutes

1985
'Concertino' ** Haske Publications
(trumpet/cornet/bugle and fanfare-orchestra)
10 minutes

1985
'Parade'
*** Haske Publications
10 minutes

De titel Parade kan op twee manieren uitgelegd worden: het werk is een 4-delige suite vol allerlei verschillende muzikale situaties en het is een presentatie van het fanfare-orkest, in die zin dat alle instrumentengroepen van tijd tot tijd naar voren treden.

Deel I is sterk ritmisch, van afgeronde thema's is geen sprake. Het gaat meer om korte motieven die, onder meer door maatwisselingen, aan allerlei ritmische veranderingen onderhevig zijn. Van een inleiding is geen sprake, het stuk valt met de deur in huis waarna in een strak tempo een muzikale vloedgolf ontstaat.

Deel II is het absolute contrast. Door suggestieve akkoorden en melodielijnen, vaak gebaseerd op de oude kerktoonladders, ademt dit deel een meditatieve sfeer. Dit wordt eenmaal doorbroken door een climax die dan ook werkt als een uitbarsting, in de partituur staat hier:
'Molto Grandioso'.

Deel III grijpt weer terug naar deel I maar er is iets veranderd aan de instrumentatie. Dit deel is eigenlijk een solo voor het slagwerk met begeleiding van het overige orkest. Veel maatwisselingen en ritmische spelletjes bepalen het muzikale verloop.

Deel IV werkt als een luchtige finale waaraan zelfs een Zuid-Amerikaans element niet ontbreekt. Analytisch ingestelde luisteraars kunnen constateren dat bepaalde intervallen en motieven uit andere delen hier in andere gedaanten terugkeren maar musiceervreugde dient hier de overhand te hebben.

Het is de bedoeling van de componist dat de vele contrasten in dit werk uiteindelijk de samenstellendedelen zijn van een geheel met als titel 'Parade'.

1986
'Bal masqué'
** Haske Publications
10 minutes

'Bal Masqué' is eigenlijk balletmuziek zonder dansers. Er wordt een beroep gedaan op de luisteraar om zijn of haar fantasie de vrije loop te laten en het volgende voor te stellen:

het décor is een 18e eeuwse danszaal waar een gekostumeerd en gemaskerd gezelschap aanwezig is. Gezien de toendertijd gebruikelijkeuitmonstering valt er waarschijnlijk iets te vieren.

deel I 'Ouverture', een algemene sfeerschildering. Er wordt gedanst, gepraat, gegeten en gedronken.

deel II 'Sarabande', een verliefd paar dat eigenlijk niet zo¹n behoefte heeft aan verder gezelschap voert een "pas de deux" uit.
De muziek klinkt teder en introvert.

deel III 'Menuet Grotesque', het hele gezelschap stort zich in de toendertijd populaire gezelschapsdans. De anders zo gracieuse dans krijgt een wat ruwere behandeling, immers niet iedereen danst even goed en ook de genuttigde consumpties doen hun invloed gelden.

deel IV 'Gavotte', eind goed, al goed. Men heeft zijn masker afgelegd en kijkt terug op een geslaagd feest. Het paar uit deel 2 is inmiddels verdwenen, enkele figuren uit deel III zijn zo verstandig een koets te bellen.

1986
'Aria e Danza'
** Haske Publications
(alto saxophone and fanfare-orchestra) 
8 minutes


1987
'Canzona per organo e orchestra a fiato'  ** Haske Publications
(organ and fanfare-orchestra)
12 minutes

De benamimg 'Canzona' of 'Canzone' betreft vaak een compositie voor twee groepen blaasinstrumenten. Dit is bij dit werk ook van toepassing, de ene groep is het orkest, de andere rol wordt vervuld door het orgel dat door zijn aard ook beschouwd kan worden als een soort blaasinstrument. Het orgel is verder in dit werk de solist hetgeen betekent dat dit instrument vaak op de voorgrond treedt waarbij het orkest een begeleidende funktie heeft. Deze rolverdeling wordt echter regelmatig doorbroken door het orkest ook alleen te laten spelen of in dialoog met de solist. 'Canzona....' is een driedelig werk in de klassieke opeenvolging snel-langzaam-snel. Het langzame deel is een reeks variaties op het beroemde thema uit de Barok-tijd: 'La Folia' (van onbekende herkomst) dat diverse componisten heeft geinspireerd tot het schrijven van variaties. Verder spreekt deze compositie voor zichzelf. Het is een speel- en luisterstuk met als enige pretentie dat het met plezier gespeeld en beluisterd wordt.

1987
'Twilight serenade' 
**  Haske Publications
(euphonium + fanfare-orchestra)
9 minutes

1987
'Still going strong' (marche)
** HaFaBra Music
dedicated to JP Laro

1988
'Fancy'  
**  Haske Publications
(bugle-choir)
8 minutes

1988
'Summerfantasy' **
  Haske Publications
9 minutes

In juli '88 kreeg ik van de NFCM opdracht tot het componeren van een werk voor brassband 3e divisie. Ik ben toen onmiddelijk aan het werk gegaan zodat de titel een vlag is die de lading volledig dekt. Toch is het niet alleen het tijdstip maar ook de aard van het werk die de naam rechtvaardigt. "Summer Fantasy" is een speelstuk dat optimisme wil uitstralen. Na een statige, krachtig te spelen inleiding (Pesante) volgt een energiek Allegro. De thematiek is direkt, het ritme markant hetgeen uitloopt in een tweede thema dat toch om een andere aanpak vraagt. Dit thema is zangerig, vraagt om een vloeiende uitvoering en een zekere loomheid die doet denken aan een warme zomerse dag. Omdat dit laatste in Nederland een zeldzaamheid is (althans in 1988) biedt " Summer Fantasy" misschien enige compensatie. Verder heeft het 1e deel de struktuur van de Hoofd- of Sonatevorm met een doorwerking, voornamelijk gebaseerd op het 1e (Allegro) thema.

Het tweede deel grijpt qua sfeer vooral terug op het tweede thema van het voorgaande deel. Na een inleiding speelt de solo-euphonium een melancholiek thema dat bepalend is voor de sfeer van dit deel. Een wiegende beweging, sfeer, warmte en klankbalans zijn de ingrediënten die kunnen leiden tot een goede uitvoering.

Deel III vat het een en ander samen. Het vraagt om de aanpak van het Allegro-thema uit het eerste deel maar is gebaseerd op de intervallen van de inleiding (Pesante) voorafgaand aan dit zelfde deel. Men zou kunnen stellen dat deel I uiteindelijk het verloop bepaalt van de gehele kompositie. Verder treedt in dit deel polymetriek op, 3/4 (trombones) tegen 6/8 (baritons-slagwerk) hetgeen later ook in het gehele orkest voor komt.

1989
'Suite Concertante'
** Haske Publications
(bastuba/piano and fanfare-orchestra)
11 minutes


1989
'Aulos'
*** Canzona Music
(trumpet and fanfare-orchestra)
9 minutes

1989
'King Arthur'
* Haske Publications
(10 voices variable)
10 minutes

1989
'Pastoral Promenade'
** HaFaBra Music
3 minutes

1990
'2nd Symphony' *** Bronsheim Music
18 minutes

Gecomponeerd in opdracht van de fanfare 'De Philharmonie' Leende.

Deel I, Molto Allegro: evenals in de klassieke sonatevorm kan hier sprake zijn van twee thema's, het eerste energiek, het tweede lyrisch van karakter. Deze twee thema's zijn de tegengestelde hoofdpersonen binnen een muzikaal abstrakt drama dat zich ontwikkelt en uiteindelijk leidt tot een synthese.

Deel II, Andante/Presto/Andante: het notenbeeld van Andante ziet bijna wit en is tekenend voor de serene rust die deze muziek ademt. Het Presto vormt hiermee een absoluut contrast. Wervelende, Tarantella-achtige beweging maakt van dit gedeelte een "Scherzo" hetgeen in klassieke symfonieën vaak als afzonderlijk deel terug te vinden was. Uiteindelijk komt ook dit weer tot rust in een gedeeltelijke, gevarieerde reprise van Andante.

Deel III, Allegretto: vanuit het voorgaande Andante ontwikkelt zich een evocatieve melodie die uiteindelijk zes keer achterelkaar gespeeld wordt. Het betreft hier echter niet mechanische herhalingen; elke keer zet de melodie in op een andere toonhoogte met veranderde instrumentatie terwijl interne uitbreidingen het geheel laten uitdijen gelijk een plant in volle bloei. De begeleiding van de melodie leidt een eigen leven en is daardoor meer tweede laag dan begeleiding. In deze tweede laag wordt het spel gespeeld van Color en Talea. Toonhoogte-reeksen worden geprojekteerd tegen ritme-reeksen van andere lengte waardoor voortdurende variatie optreedt. Het slagwerk vormt een derde laag, leidt dus ook een eigen leven uitgezondert één ostinaat ritme dat de melodie ondersteunt.

Deel IV: is een herhaling van het Coda ('staart') van Deel I. De slotmaten van dit Coda zijn echter aanleiding tot een nieuwe, laatste ontwikkeling hetgeen het uiteindelijke Coda van het geheel wordt.

1990
'Vivat Mozart!'
* Haske Publications
(5 voices variable)
6 minutes


1990
'Pendule'
*** Canzona Music
8 minutes

Elke componist is gefascineerd door 'tijd'. 'Tijd' is immers de ruimte waarin muziek geplaatst wordt. Als de tijd stil zou kunnen staan zou er geen muziek kunnen klinken. In het dagelijks leven wordt het verstrijken van de tijd heel duidelijk aangegeven door het ouderwetse slingeruurwerk, het tikken van het mechaniek en het pendelen van de slinger herinneren ons er steeds weer aan dat de seconden verglijden.
In plaats van verdere filosofische bespiegelingen heb ik besloten hieraan een compositie te wijden. Dit is 'Pendule' geworden. Vaak wordt in een compositie een 'Cantus Firmus' ('vaststaand gezang') gebruikt. De 'Cantus Firmus' in 'Pendule' is het enigzins onregelmatig tikken van een ouderwetse klok, beurtelings vertolkt door hoorns, saxofoons en slagwerk. Tegen deze 'Cantus Firmus' worden allerlei motieven en thema's geplaatst die er voor zorgen dat het onvermijdelijk monotone getik toch steeds weer anders wordt belicht. De regelmatige onregelmatigheid komt tot uiting in een 10/8 maat die het hele stuk blijft beheersen. Deze maatsoort biedt echter zoveel mogelijkheden wat betreft verschillende indelingen dat er beslist niet gesproken kan worden van een keurslijf. Tegen het eind van de compositie stopt het getik en slaat de klok twaalf uur, voor veel mensen het spookuur, in dit geval het signaal dat de cirkel rond is en het werk zijn voltooiing nadert.

'Pendule', een ode aan de tijd."

1991
'Everhard Winters-marche'
HaFaBra Music


1991

'Three different Moods'
** HaFaBra Music
11 minutes

Drie verschillende stemmingen, gemoedstoestanden, als onderwerp van een compositie. De muziek vertelt geen verhaal maar tracht algemene gevoelens uit te drukken waaraan iedereen wel eens onderhevig is.

deel I Serious, ernstig maar zonder somberheid. Een stemmig, gedegen deel. Gelijkmatig, zonder uitbarstingen, evenwichtig. In het midden een zogenaamde Passacaglia, een aantal variaties boven een bepaald thema dat sreeds herhaald wordt, met name in de Barok-tijd een degelijke compositie-vorm.

deel II Weep-Smile, a.h.w. links en rechts van normaal, verdriet-vreugde. De klassieke tegenstelling mineur-majeur leent zich uitstekend om deze, voor iedereen herkenbare, gevoelens uit te beelden (mineur weep, majeur smile).

deel III Relaxed, als we alles achter de rug hebben is dit de beste houding. Een melodie om mee te fluiten, ritmes die de spieren ontspannen, een rustpunt maar dan zonder sloomheid.

1991
'Old Folksongs from Holland'
 ** HaFaBra Music
12 minutes


1991
'United' *
 Haske Publications
(5 voices variable)
5 minutes

'United' is gecomponeerd voor een "play in" die gewijd is aan de een- wording van Europa in 1992. Gevraagd was dit thema zo mogelijk muzikaal te vertalen. Voor de hand ligt gebruik te maken van de alom bekende melodie 'Alle Menschen werden Brüder' maar uiteindelijk koos ik voor een andere oplossing hoewel een fragment van deze melodie even opduikt aan het slot. De, zij het gedeeltelijke, eenwording van Europa betekent dat autonome landen met eigen taal en karakter opgaan in een harmonieus geheel. Dit heb ik gesymboliseerd door een drietal melodieën, ieder met een eigen karakter, die afzonderlijk geexposeerd worden maar daarna ook tegelijkertijd een harmonieuze eenheid vormen. Het getal 'drie' is willekeurig gekozen hoewel misschien het engelse gezegde 'two is a couple, three is a crowd' op de achtergrond meespeelde.

1980/1993
'Symfoniëtta' ***
Canzona Music
8 minutes

'Symfoniëtta' is een driedelig werk in de klassieke opeenvolging: snel-langzaam-snel. De benaming 'Symfoniëtta' (in feite een kleine symfonie) is gekozen omdat de verwerking van het muzikale materiaal m.i. typisch symfonisch is. Wat is dan 'symfonisch'? Een moeilijk te beantwoorden vraag maar ik doe een poging: een- of meerdere (vaak twee) thema's zijn de hoofdpersonen in een muzikaal abstrakt drama waarbij het een uitdaging is voor de componist hiervan een organisch geheel te maken, een muzikaal discours dat qua opbouw niets te wensen over laat en waarin de hoofdpersonen volledig tot hun recht komen.

Deel 1: na een inleiding van acht maten volgt de expositie van het eerste thema, een 'Minimal Music'-achtig gegeven dat uitdijt en inkrimpt hetgeen een groot aantal maatwisselingen tot gevolg heeft. Dit loopt uit in een climax waarna het tweede thema geintroduceerd wordt. Dit thema contrasteert sterk met het eerste-, lyriek en een rustige (langzaam swingende) beweging bepalen de sfeer. Hierna volgt voor mij het muzikaal-dramatische hoogtepunt van dit deel: eerste- en tweede thema treden tegelijk op, twee schijnbaar onverenigbare elementen vormen een synthese.

Deel II (Intermezzo) doet zijn naam eer aan, een eilandje van rust tussen twee dynamische delen.

Deel III komt voor de luisteraar (terecht) over als een nieuw deel maar muzikaal-technisch zijn er veel overeenkomsten met het eerste deel. Elementen uit de inleiding van deel I worden in deel III opnieuw (weliswaar anders) belicht en bepaalde interval-structuren uit het eerste gegeven vormen in een nieuw jasje een 'jazzy' thema dat bepalend is voor de sfeer van dit deel. "Big Band"-achtige akkoorden en ritmes dragen bij aan een turbulente afsluiting van 'Symfoniëtta' voor fanfare.

1993
'Starlight concerto'  **  Haske Publications
(trombone and fanfare-orchestra
12 minutes

'Starlight Concerto' voor trombone en blaasorkest is een vervolg op 'Twilight Serenade' voor euphonium en blaasorkest. In laatst genoemde werk overheerst echter melancholie terwijl in 'Starlight Concerto', naast vergelijkbare stemmingen, optimisme en vitaliteit uiteindelijk de boventoon voeren. De titels van beide werken zijn associatief bedoeld en de goede verstaander zal een en ander met elkaar kunnen verbinden.

Het 1e deel van 'Starlight Concerto' begint met een ernstig, gedecideerd thema, enigzins slavisch van karakter. Dit wordt afgewisseld met een lyrisch, kontrasterend 2e thema waarmee de verschillende karakters van dit deel geëxposeerd zijn. Het 1e thema zal uiteindelijk de toon zetten waarna het 2e deel het domein wordt van de lyriek. Dit deel grijpt hiermee terug op "Twilight Serenade", hetzelfde idioom, vergelijkbare melodielijnen.

Het 3e deel is vitaal en dynamisch, de term 'flonkerend' is wellicht op zijn plaats en als zodanig een waardige afronding van
'Starlight Concerto'.


1993
'Music for Fun'
 Haske Publications
(10 voices variable)
6 minutes

1995
'Return' **
Bronsheim Music
10 minutes

'Return' is gebaseerd op 'The Earl of Salisbury', een pavane van de Engelse componist William Byrd (!543-1623). Bovengenoemd werkje heeft mij eerder verleid tot het schrijven van een fantasie, toen genoemd "Byrd's Pavane". Het is een melodie die mij niet loslaat. In al zijn eenvoud raakt het voor mij de kern van de muziek uit de Renaissance, de boeiende periode die zoveel schoons heeft opgeleverd, niet alleen op muziekgebied. "Return" begint eigentijds. 'Minimal music' verbeeldt de onrust van onze tijd. Die stopt plotseling waarna een bugelsolo fungeert als tijdmachine en ons voert naar de tijd van William Byrd. De pavane wordt geleidelijk geïntroduceerd, aarzelend, een motief, een lijntje. Dan klinkt de muziek onvervalst waarna een aantal, in elkaar overlopende, variaties volgt. Deze variaties zijn verder niet in de stijl van Byrd. De pavane wordt van alle kanten bekeken door een meer eigentijdse bril. Maar af en toe duikt Byrd op en wordt dan ook met respect behandeld. Na een climax keren we weer terug in het nu, hetgeen weer verbeeld wordt door eerder genoemde "minimal music". "Return" heeft iets van een dagdroom. Zonder je af te zetten tegen deze tijd dromen we wel eens van een wereld die gefantaseerd is of wellicht ooit heeft bestaan. 'Return', terugkeer naar een inspirerend verleden, 'Return', terugkeer naar het nú, wellicht verrijkt.


1996
'l'Esprit d'été' **
 Bronsheim Music
9 minutes

De zomer van 1996 zal voor mij altijd onvergetelijk blijven. Verdriet en vreugde gingen hand in hand. Enerzijds is er het besef dat je kwetsbaar bent, anderzijds voel je dat je sterk bent en er altijd vele goede redenen zijn om door te gaan. Aan dit laatste is ''Esprit d'été' gewijd. Behalve het ernstige, evocatieve begin is de muziek dansant, vol vitale ritmische drive. Het rumba-ritme in deel I wordt afgewisseld met een melancholiek, zangerig thema dat weliswaar wat langzamer gespeeld moet worden maar de stroom niet laat stagneren.

Deel II sluit aan bij de enst van het begin, zij het meer introvert, een koraal dat een goede oefening biedt in verfijnd, uitgebalanceerd tutti-spel. De 5/4 maat + maatwisselingen zorgen voor flexibele melodische bogen.

De zomer van 1996 begon zorgeloos met een vakantie in Griekenland. Het leek me zinvol deel III hieraan te wijden. Mediterrane melodielijnen en obsederende syncopen vormen een vakantiefoto, geplakt in het album dat herinnering heet.


1996/1997
'Cathédrale' ***
  Haske Publications
19 minutes

Gecomponeerd in opdracht van fanfare St Cecilia, Ubachsberg

'Cathédrale' gaat niet zozeer over een bepaalde kathedraal maar meer over het fenomeen op zich. Een imposant bouwwerk waarmee de mens zich probeerde te verheffen boven het gewone aardse bestaan. Natuurlijk is het een huis van gebed, een huis van God maar bovenal een monument, vervuld van symboliek waarin aarde en universum zijn vervat, een blauwdruk van wereld en kosmos. Het is vooral dit laatste wat inspiratiebron was voor de compositie.

Het werk begint met een steenhouwersmotief waarmee de bouw van de kathedraal gesymboliseerd wordt. Gedragen, zich steeds meer uitbreidende akkoordreeksen en trompetsignalen beelden de voortgang van de bouw uit. Uiteindelijk is het bouwwerk voltooid en klinkt het luiden van klokken. Hiermee wordt ondermeer gerefereerd aan het Engelse "serial ringing" zoals dat wordt beoefend rond grotere kerken en kathedralen.
Daarna 'torens en ornamenten', de meer frivole buitenkant waarin de bouwmeesters zich konden uitleven, minder gehinderd door religieuze overwegingen.

Deel II, 'Glas in lood en de muziek' is gebaseerd op de bas van 'Miserere' van de 16e/17e eeuwse componist Gregorio Allegri (het werk dat de jonge Mozart na eenmaal beluisteren noteerde). Behalve de bas worden ook complete gedeelten uit deze vocale compositie voor Goede Vrijdag geciteerd. Daarnaast klinkt het gregoriaanse 'Rorate', het introïtus van de 4e zondag van de advent. "Miserere" en 'Rorate' zijn dus twee gezangen die gezongen werden tijdens de 'donkere' perioden die voorafgaan aan kerstmis en pasen, feesten vervuld van hoop en licht.
Tijdens dit deel klinken korte motieven in gestopte trompet, hoorn en slagwerk die de glinsteringen van het zonlicht door de gebrandschilderde ramen verbeelden.

Deel III, 'Cathédrale', een algehele impressie. Grandeur, imponerend, solide. Een gebouw, vaak vervuld van historie, dat eeuwen heeft doorstaan en de mens beweegt na te denken over zijn bestaan, over de dingen die komen en gaan.

1998
'Tracé' *** Bronsheim Music
(2 altosaxes and fanfare-orchestra)
12 minutes

1998
'Choral Nostalgique'
** Haske Publications
5 minutes

Iedereen heeft weleens een moment dat het stil wordt van binnen en er ruimte ontstaat voor retrospectie, terugkijken naar je eigen historie waarbij personen en gebeurtenissen een onuitwisbare rol gespeeld hebben. Dit gaat gepaard met gevoelens van warmte maar ook van spijt om het besef dat bepaalde zaken niet meer thuis horen in deze wereld en dus niet herhaald kunnen worden.

Het hierboven beschrevene duiden we doorgaans aan als 'nostalgie'.

Maar er is ook verdriet, mensen die er niet meer zijn, verkeerde beslissingen die het leven een betreurenswaardige wending gegeven hebben.'Als ik het nog eens over kon doen, dan……'.

Kortom, u moet zich hierin toch kunnen herkennen en zoniet, dan kan 'Choral Nostalgique' wellicht een leidraad bieden.

1998
'Concerto sine nomine' **(*)
 Bronsheim Music
(euphonium and fanfare-orchestra)
15 minutes

Het zal gedurende het studiejaar 95/96 zijn geweest dat Robert Luiten mij vroeg voor hem een euphonium-concert te schrijven. Ik had daar wel oren naar maar schoof het tevens op de lange baan, het had geen haast, bij gelegenheid zou dat wel een keer gebeuren zoals dat al zo vaak het geval was bij andere stukken. Typisch overwegingen van iemand die denkt dat het leven eindeloos is.

Dat het leven niet eindeloos is bleek in de zomer van 1996 toen een vliegtuig-ongeluk de levens van Robert en een aantal van zijn collega's beeindigde. Op weg naar huis, uitkijkend naar vakantie en een lang leven vol muziek. Een enorme klap voor ouders, verwanten, partners, een klap die nog lang zal nadreunen. Maar ook een klap voor de mensen op de tweede lijn, collega's, docenten, vrienden.

De nodige herdenkingen volgen maar op een gegeven moment herneemt het leven zijn normale loop, althans zo lijkt het voor de betrekkelijke buitenstaander. Het ongeluk heeft echter diepe voren getrokken in de levens van velen terwijl de media zich beperken tot de juridische en politieke consequenties van het gebeurde.

Maar wat daaraan te doen als eenvoudige docent/componist. Juist!, een stuk componeren. Geen treurmuziek maar een stuk dat Robert bij leven zou hebben gekregen. Maar toch niet helemaal: in het derde deel is vlak voor het eind een moment dat de muziek stil staat en er een veelstemmige canon ontstaat (de canon is in de muziek een symbool voor verbondenheid). De muziek beweegt maar is tegelijkertijd statisch alsof het nodig is ergens bij stil te staan. Hierna pakt het stuk de oude draad weer op en volgt de afronding.

Een compositie voor Robert Luiten, voor hem maar ook voor zijn collega¹s. Het is weliswaar een euphonium-solo maar er is immers ook een begeleidend fanfare-orkest.

1999
'Silhouette' **(*)
 Bronsheim Music
8 minutes

Silhouette, schaduwbeeld, de geest van Johann Pachelbel (1653-1706) die boven dit werk zweeft. Pachelbel is vooral bekend door zijn 3 stemmige Canon maar hij heeft meer fraaie dingen gemaakt waaronder de Chaconne in f mineur, de basis van dit werk.

Het variëren van andermans thema¹s is een eeuwenoude praktijk en heeft vaak te maken met bewondering voor de schepper van het betreffende thema of het thema zelf. Meestal wordt het gekozen thema geëtaleerd waarna genummerde variaties volgen. Bij Silhouette is dit niet het geval. Het werk begint met "eigen noten" waarna het thema van Pachelbel plotseling opduikt, uiteraard gespeeld door de solist. Dit gaat zo door. Eigenlijk is Silhouette een stroom van muziek waarin thema en variaties volledig door elkaar lopen. De Chaconne is op zich een variatiewerk zodat ik ook variaties op variaties kon schrijven. Een voorbeeld begint in m.52: bij Pachelbel is dat een eenstemmige lijn met eenvoudige akkoorden. Bij nader inzien bleek dat deze lijn ook canonische mogelijkheden in zich had, zelfs driestemmig, een aardige verwijzing naar zijn 'hit' leek mij.

De orkestpartij van Silhouette is sober maar effectief en zoekt vaak de orgelachtige klank van het fanfare-orkest, op die manier een ondergrond vormend voor de gast uit die andere wereld, de hobo.

1994/1999
'Tableaux Symphoniques' **(*) Bronsheim Music
19 minutes 

(Gecomponeerd in opdracht van Harmonie Juliana Waalre)

I 'Danse Finale'

'De Witte juffer van Montferland'
Elke avond kan men bij de berg van Montferland de witte juffer zien zweven in haar blinkende kledij. Zij deed niemand kwaad, maar dan moest men haar ook rustig haar gang laten gaan. Men moest haar niet te na komen, want dan was men nog niet gelukkig. Dit heeft een voerman uit Beek ondervonden, die op een avond te lang in de herberg gezeten had. 't Middernachtelijk uur was al dichtbij, toen hij eindelijk opstond om naar zijn huis te gaan. De kastelein waarschuwde hem, hij zou daar liever de nacht overblijven; men was toch nooit zeker, of de Witte Juffer geen kwaad zou doen. En nu kwam het ongeluk. Met zijn dronken kop wist de man niet goed meer, wat hij zei. En wát hij zei, was dan ook erg genoeg: - Ik dans met dat witte juffertje, als zij straks bij mij komt op de weg. Zo ging hij zorgeloos de nacht in. En.... daar was de Witte Juffer al, zij zweefde recht op hem toe, pakte hem beet en draaide met hem rond, dat hij er van duizelde. En dat al maar door, zonder einde, hoe vermoeid hij ook was. Steeds wilder werd de dans, steeds angstiger werd de man. De Witte Vrouw kende geen genade. Zij hield vol tot de lichte morgen.

Toen vond men de voerman dood op de weg.

II 'Culpabilité et Pénitence

'Het Solse Gat'
Midden in de Puttense bossen, bij Drie, ligt het Solse Gat, een grote kuil tussen de heuvels. Daar heeft eens een groot klooster gestaan, door grachten omgeven. Maar het was een boos klooster; de monniken hadden een leven van overdaad en weelde; zij waren aan de Duivel overgegeven. Men las er de zwarte mis, waar alle heksen en spoken van de Veluwe aan deelnamen. En de monniken vierden dan feest met wijn en gebraad; daar zorgde de Duivel wel voor. Er werd gedanst en gezongen, gevloekt en getierd, tot de zon weer oprees in het Oosten. De hele nacht door waren de vensters hel verlicht. En dat heeft geduurd, tot in een stormachtige kerstnacht het hele klooster verzonken is. De aarde had zich over zoveel boosheid eindelijk geopend en gesloten. Maar om middernacht hoort men bij stil weer daar nog klokken luiden, schorre gebarsten klokken. Dat is voor wie goed horen kan. En voor wie goed zien kan, is er nog meer. In de donkere nacht wandelen daar de geesten van de monniken, klagend, in een lange, sombere rij. Ze lopen aldoor rondom het Solse gat, daar in de diepte. En uit het water stijgt een blauwe wasem op. Daar zweven ze, zweven ze; daar komen ze aan, daar gaan ze weer. En dat moeten ze doen, elke nacht opnieuw, tot het weer daglicht wordt. Zodra de zon schijnt , is het alsof er niets is voorgevallen. Alles is er rustig in dit mooie Veluwse landschap. Men zou er haast aan twijfelen, dat even te voren de schimmen verdwenen zijn in het water midden in de kuil van 't Solse Gat.

III 'Le Combat et la Victoire'

'Gelre'
Waar nu het stadje Gelder ligt, huisde in oude tijd een vreselijke draak, die wijd en zijd grote verwoestingen aanrichtte en die mensen en vee verslond. Niemand waagde het, dit monster te bekampen, totdat eindelijk de heer van Pont zich vermandde. Het ondier had zijn hol onder een mispelboom. Niemand had ooit die plek durven naderen, maar nu zocht de dappere ridder het monster op in zijn eigen hol. Een zwaar gevecht op leven en dood ving aan. Fel weerde zich de draak. Uit zijn bek en uit zijn ogen sproeiden vlammen; zijn ijselijk geschreeuw vulde de lucht; Gelre! Gelre! brulde hij. Maar ook dit joeg de jonge strijder geen vrees aan. Stout en boud viel hij de draak aan; hoe vreselijk ook deze strijd was, hij hield onversaagd vol en hij overwon. Op de plaats van dit geweldige vechten liet de Heer Van Pont nu een burcht bouwen en de landslieden, bevrijd van het gruwelijke ondier, dienden hem gaarne als hun heer. Onder zijn nakomelingen breidde het gebied zich uit, en dat nieuwe gebied is het tegenwoordige Gelderland, dat nog altijd de oude naam met ere draagt.

Drie enerverende verhalen , sagen, legenden, met beelden die zich ook muzikaal laten vertalen. De muziek volgt de verhalen op de voet.

Deel I: de sfeer van het landschap, mooi maar ook geheimzinnig vol onbestemde verwachting. Dan de stoere voerman met zijn grote mond waarna een ijle, walsachtige melodie klinkt die opzweept, niet meer los laat. Wat blijft is de sfeer van het begin.

Deel II: ook eerst weer de sfeer van de omgeving, de voorname schoonheid van de natuur. Geleidelijk aan wordt dit verdrongen door het feestgedruis van de verdorven monniken. De ontheiliging van de kerstnacht wordt gesymboliseerd door een ordinaire bewerking van "In Dulci Jubilo", het fraaie klassieke kerstlied. Dit gaat dan ook niet goed en men hoort het orkest bijna letterlijk in de grond zinken. Hierna een spookachtige sfeer, de klok slaat twaalf, het gregoriaanse "Dies Irae" weerklinkt als een klaagzang, een bestaan zonder hoop en verwachting. Maar de zon komt weer op en hult het landschap in een gouden glans.

Deel III: het gebrul van de draak zet de toon, dissonant, uitdagend. Maar dan een mars, eerst zacht, dan geleidelijk uitgroeiend tot een vitaal krijgslied, de strijd kan beginnen. De muziek wordt turbulent en verbeeldt de strijd tussen mens en monster die uiteindelijk beslist wordt in voordeel van de eerste. De overwinning wordt bezongen, niets kan meer een toekomst vol hoop en verwachting in de weg staan. Verhalen vol symboliek over goed en kwaad, niet altijd even vrolijk maar gelukkig verheven boven de realiteit, hoewel?

1992/2000
'Sunrise concerto' **
 Bronsheim Music
11 minutes

2000
'Het woord, de klank, de zee' ***
 Bronsheim Music
20 minutes

(gecomponeerd i.o.v. het Brabants Fanfare Orkest)   

Het woord, de klank, de zee" had ook 'Aan mijn vaderland' kunnen heten maar die titel is al eens gebruikt, bovendien gaat daar een nationalistische suggestie vanuit die ik niet nastreef. En toch gaat het om drie zaken waarin een klein land groot kan zijn.

'Het woord' is Spinoza (1632-1677), de grote Nederlandse filosoof wiens werk nog steeds wereldwijd een bron van inspiratie is.

Hoe beeld je een filosoof uit in muziek? Het antwoord is een thema, een melodie die ik hier gemakshalve het Spinoza-thema noem.Dit thema contrasteert met de grimmige muzikale omgeving waarmee het zich verhoudt als licht in de duisternis.

Het werk van Spinoza rust op drie pijlers: godsdienst, staatsleer en psychologie.Het Spinoza-thema komt dan ook drie keer voor waarbij het zich steeds verder ontwikkelt.

'De klank' is gewijd aan de grote Nederlandse componist Jan Pieterszoon Sweelinck (1562-1621), componist van klavierwerken, koormuziek.De zg variatiewerken nemen een belangrijke plaats in binnen het oeuvre van deze componist. Het is dan ook één van deze werken dat centraal staat in 'De klank',namelijk de koraal-variaties over 'Mein junges Leben hat ein End' .Een gedeelte van deze variaties wordt hier onveranderd gespeeld door het saxofoon-kwartet.Daar omheen klinken mijn eigen variaties die het saxofoonkwartet steeds weer een aparte belichting geven. Deze variaties zijn ingehouden, sober en willen vooral getuigen van respect voor deze grote Nederlander.

'De zee', geen persoon maar natuur die in de geschiedenis van Nederland prominent aanwezig is. De zee is onze bondgenoot maar vormde ook een bedreiging. Storm, springvloed, die mooie zee veranderde in een grommend beest dat toe kon slaan en dat ook vaak gedaan heeft.De dreiging, de storm, zijn terug te horen in de muziek. Uiteindelijk kalmeert de zee, in de verte luidt een klok, zingt een koor, flarden van het Dies Irae uit de dodenmis suggereren dat de zee haar tol heeft geëist. Uiteindelijk lukt het de mens de zee te bedwingen en wordt de vijand een respectabele bondgenoot.

2002
'Global Christmas' **
Mansarda Sintra
11 minutes


'Global village', 'Global Christmas', de wereld komt via de media onze huiskamer binnen. Hierbij past een fantasie over kerstliederen uit verschillende landen, liederen die op hun beurt vaak internationaal bekend zijn. 
De liederen zijn ingebed in een muzikale structuur waarbij een motief uit een Nederlands kerstlied een rol speelt. 
Ik laat het graag aan uw repertoire-kennis over om te bepalen om welk lied het hierbij gaat. 

2002
'Riva del Garda' **
Canzona Music
3 minutes

April 2002. Tijdens mijn verblijf in Riva del Garda, Italië als jurylid van het concours 'Flicomo d'Oro' speelde er ineens een melodietje door mijn hoofd dat dan ook de basis is geworden van een korte, luchtige compositie. Over de titel hoefde ik niet lang na te denken. 

2002
'Hexagon' ***
Canzona Music
13 minutes

'Hexagon' (zes-hoek) bestaat uit zes, in elkaar overgaande, delen. Qua sfeer staat elk deel op zichzelf, muzikaal-technisch zijn er echter hechte verbanden en het is dan ook de bedoeling dat de luisteraar het geheel ervaart als een één-delige fantasie. Het belangrijkste aspect van deel 1, 'Allegro energico' is beweging. 
 Aanvankelijk met de deur in huis vallend stokt deze beweging twee keer om daarna weer op gang te komen waarna maatwisselingen en accent-verschuivingen de bewegingsstroom profileren. Alvorens dit definitief zijn beslag krijgt is er nog één onderbreking.
'Cantabile' wijst qua sfeer vooruit op deel II en introduceert een bepaalde toonladder die hierna een van de belangrijkste gegevens van het werk zal zijn. Deze toonladder (Es-F-A-Bes-C-(Es)) is qebaseerd op de "Pelog", een modus uit de Indonesische Gamelan-muziek, die ik de al jaren veel gebruik in mijn composities. Dit verklaart ook de titel van deel II: "Exotique". Hier heb ik getracht de sfeer van Gamelan-muziek te vertalen naar het medium fanfare. Deze sfeer kan het best omschreven worden als beschouwend, tijdloos, zonder de drang altijd ergens naar toe te werken wat zo kenmerkend is voor de (onze) Westerse muziek. Om misverstanden te voorkomen: "Exotique" is géén transcriptie van Gamelan-muziek maar deze muziek was vooral bron van inspiratie. Deze wetenschap kan u van pas komen op een bepaald punt in dit deel. Hier begint een bewegende hele-toons cluster die niet vraagt om een bepaalde interpretatie, echter alleen maar verklankt moet worden. Deze sfeer lost geleidelijk op hetgeen uitmondt in een typisch "Westers" crescendo wat dan ook de overgang naar deel III aankondigt. 
III 'Corrente', de 7/8 maat is inmiddels geen onbekende meer in dit stuk maar wordt nu toch anders toegepast. In plaats van het dansante Marcato uit deel I dient deze maatsoort nu als middel om enerzijds een onregelmatige, anderzijds vloeiende beweging te realiseren. "Corrente" vraagt om een soepele, relaxte uitvoering. Dit "vloeiende" verdwijnt langzamerhand. De muziek wordt heftiger, begint naar een climax te werken hetgeen uitmondt in een uitermate krachtig, dissonerend, laag geinstrumenteerd accoord dat werkt als een soort "zwart gat" dat alle beweging opzuigt. Van hieruit start 'Violente', een volstrekt serieel gecomponeerd fragment waarbij het slagwerk bepaalde getalscombinaties afwerkt. "Violente" vraagt om een directe, ongenaakbare uitvoering. 
Dit loopt uit op het absoluut tegengestelde: 'Hymne'. Dit is een lied dat het geweld van het vooraf gaande a.h.w. neutraliseert. 'Hymne' vraagt om een romantische benadering waarbij u zult constateren dat de melodiek afkomstig is uit 'Corrente' (zoals de getals-combinaties uit 'Violente' gebaseerd zijn op de slagwerk-patronen in 'Exotique'). 
'Finale' spreekt voor zichzelf. Elementen uit deel I vormen, weliswaar anders gegroepeerd, een dikke punt waarmee 'Hexagon' (zonder ritenuto!) afgesloten wordt. 
Ik heb in deze compositie getracht een evenwicht te realiseren tussen gevoel en ratio, hart en verstand. Het technische verhaal dat over 'Hexagon' verteld zou kunnen worden blijft een zaak voor de componist. Voor uitvoerders en toehoorders is het op de eerste plaats speelmuziek.  

2002
'Thailand Impressions' *
 Haske Publications
(10 voices, variable)
7 minutes

De inspiratie voor 'Thailand Impressions' is opgedaan tijdens een vakantie in dit mooie verre land. 

Deel I 'Bangkok'. Een grote stad vol tegenstellingen. Druk, hectisch maar ook mysterieus, antiek maar ook zeer modern met indrukwekkende voorbeelden van moderne architectuur.

Deel II 'The temple with the statue of Boeddha'. Het ondoorgrondelijke en tegelijkertijd menslievende gedachtengoed van het Boeddhisme. In de tempel, onder het toeziend oog van een glimlachend Boeddha-beeld, nemen priesters geschenken in ontvangst als onderdeel van een ritueel.

Deel III 'The railway to Burma'. Tijdens de 2e wereldoorlog stond het neutrale Thailand de Japanners toe een goederen-spoorlijn aan te leggen van Thailand tot aan de Drie Pagoden Pas op de Burmaanse grens. Deze spoorlijn werd aangelegd door duizenden krijgsgevangenen en dwangarbeiders waarvan velen onder erbarmelijke omstandigheden om het leven kwamen. Het is dan ook niet voor niets dat de "treinmuziek" tweemaal onderbroken wordt door het koraal "Aus tiefer Noth". De spoorlijn wordt nog steeds gedeeltelijk gebruikt, zij het nu voor personen-vervoer.

2003
'Caesaris' **
  Bronsheim Music
3 minutes

2003
'Balkan dreams' **
  Canzona Music
11 minutes

2004

'Timemachine' * Mansarda Sintra
(10 voices, variable)
8 minutes

Er bestaan vele verhalen over machines waarmee je in de tijd kunt reizen. Een standaardwerk is 'Timemachine' van HG Wells. Maar ook in de bekende stripverhalen van 'Suske en Wiske' hebben we de tijdmachine van professor Barabas waarmee onze vrienden de meest uiteenlopende avonturen beleven. Het is natuurlijk ook een fascinerend idee dat je vanuit het nú naar het verleden of de toekomst kunt reizen. Wat een avonturen, wat een beelden maar... niet geheel zonder gevaar. Nee, dan kun je beter een reis maken door de geschiedenis van de muziek. En dat wordt geboden in de vijfdelige suite 'Timemachine'. De reis is 'chronologisch', d.w.z., we beginnen in het vroege verleden en reizen geleidelijk naar het heden.
 
1 'Middeleeuwen en Rénaissance' (1200 tot 1600):
 
 De eerste meerstemmige muziek is gekoppeld aan de 'Notre Dame' te Parijs. Deze kerk werd rond 1200 gebouwd en werd een centrum van cultuur en wetenschap. Vele componisten, waaronder Perotinus en Leoninus, componeerden muziek voor de Notre Dame. Uiteraard was het kerkmuziek en had meestal als uitgangspunt een Gregoriaanse melodie ('Gregoriaans', de eerste vroege kerkmuziek). Kenmerkend voor de klank zijn de parallelle kwinten en octaven.
 
Uiteraard geleidelijk gaat de periode van de middeleeuwen over in de Rénaissance. Dit speelt zich af op alle terreinen van cultuur en wetenschap. Er is meer aandacht voor de mens en zijn gevoelsleven wat ondermeer tot uiting komt in 'Chansons' (het Franse lied) en 'madrigalen' (de Italiaanse pendant). De muziek is vaak vrolijk en vitaal, de harmonie is vertrouwder. 
 
2 'Barok' (1600-1750):
 
De tijd van Bach en Händel. De stijl is vaak pompeus en ritmisch. Een langzame inleiding werd gevolgd door een snellere beweging met polyfone elementen ('polyfoon', verschillende melodische lijnen tegelijkertijd). 
 
3 'Weense klassiek' (1750-1800):
 
De tijd van Haydn, Mozart en Beethoven. De muziek werd in zekere zin eenvoudiger, toegankelijk voor een breder publiek. De meest populaire dans uit die tijd was het 'Menuet' dat een vast onderdeel werd in de vierdelige symfoniën van Haydn en Mozart.
 
4 'Romantiek' (1800-1900):
 
Evenals in de 'Rénaissance' ontstond er op allerlei terrein meer aandacht voor de mens, zijn psyche, zijn gevoelsleven. Dit is de tijd van het grote gebaar, de individuele uiting. Mensen als Franz Liszt(piano) en Nicolo Paganini(viool) waren in feite de eerste pop-idolen die een zaal in extase konden brengen.
 
5 'Modernen' (1900-heden):
 
De 20e eeuw is in allerlei opzicht de meest turbulente tijd van de wereld-geschiedenis. Dit blijkt uit de muziek die zich niet meer onder één noemer laat plaatsen. Voor- en tegenstanders bestrijden elkaar tot de dag van vandaag. Daarnaast is vanuit de Jazz en de volksmuziek de pop-muziek ontstaan die door velen als de ware eigentijdse muziek gezien wordt. 
Hoe het ook zij, de tijd zal het leren. Het ontbreekt ons aan de mogelijkheid om vooruit te reizen zodat we met eigen ogen en vooral oren kunnen waarnemen hoe het de muziek zal vergaan. 
Wij maken nu zelf deel uit van het heden waarvoor men veel later wel weer een naam zal bedenken. Het enige wat we kunnen doen is 'er iets van te maken'.


2004
'Notre Dame' *** Mansarda Sintra
15 minutes

Rond het jaar 1200 werd in Parijs de Notre Dame gebouwd. Rondom deze belangrijke kerk ontwikkelde zich een bloeiend muziekleven.
Vele componisten waren in dienst van de Notre Dame en zij zouden anoniem gebleven zijn als niet een Engelse student in die tijd schreef over 'Leoninus' en 'Perotinus'. Van de vele werken die overgeleverd zijn uit deze tijd heeft men een aantal kunnen toewijzen aan deze twee componisten. Ik vind het fascinerende muziek waarvan de klank bepaald wordt door veel kwint- en octaafparallellen. Dit geeft de muziek een soort strengheid die je ook aantreft bij 20e eeuwse componisten. Nu was ik altijd al verzot op kwintparallellen dus lag het voor de hand dat ik een keer bij Leoninus en Perotinus uit zou komen. Ik heb van beide componisten een werk genomen met dezelfde titel, 'Haec Dies' 
(dit is de dag). Een dergelijk werk uit die tijd wordt 'organum' genoemd (vrij vertaald: compositie). Rond deze organa heb ik een fantasie geschreven waarin de werken van Leoninus en Perotinus aan het begin en het eind opduiken, a.h.w. ingebed in de muziek waarvoor zij de inspiratiebron waren. Al componerende diende zich een andere melodie aan, 'l'Homme armé' dat van latere tijd is (15e-, 16e eeuw). 'l'Homme armé' (anoniem) was toendertijd een populaire melodie die vele componisten inspireerde tot variatie-werken*. Hoewel dit soldatenlied niets met Leoninus en Perotinus te maken heeft heb ik de bezoeker niet de deur gewezen maar een plaats gegeven binnen een kort 'Andante' en zie, het combineert wonderwel met het uitgangspunt. En zo is er een soort middeleeuwse fantasie ontstaan, gewijd aan twee bijzondere componisten van de 'École de Notre Dame' **.

* l'Homme armé is door mij ook gebruikt in 'Fantasia super l'Homme armé' voor harmonieorkest, de orgelsonate en 'Grounds' voor saxofoon-ensemble.

** Notre Dame-school.

2005
'Arnhem!' ***
Canzona Music
17 minutes

'Arnhem!' is een suite van vier delen waarin een aantal bepalende aspecten van de stad bezongen worden. Ik ben een productief componist maar een werk opgedragen aan mijn geboortestad ontbrak nog. Nu is het zover, in deze tijd van verwarring en verandering wordt Arnhem gevangen in vier delen die deze verwarring en verandering overstijgen.
Niet uit winstbejag, puur uit liefde!

I 'Sonsbeek': dit prachtige park met zijn ruimte en grandeur past alleen een muziek met als aanwijzing 'Nobile' (voornáám, edel). Hoe beschrijf je een park in muziek? Dat hangt van het park af. Intiem, knus, bloemetjes? Dit is niet van toepassing op Sonsbeek.
Zoals gezegd: ruimte! Ruim opgezet met wuivende bomen van respectabele leeftijd en natuurlijk de vogels die hierin niet ontbreken. De oplettende luisteraar heeft wellicht ook af en toe een associatie met stromend water dat mede het beeld én de naam van Sonsbeek bepaalt.

II En natuurlijk de Rijn, de ketting waartegen de stad als een tandwiel rust. Groots, luister naar het begin. De dagelijkse gang van links naar rechts, de altijd maar voortdurende golfslag, onbewogen beweging. Van tijd tot tijd daalt de Arnhemmer af naar de boorden van deze schijnbaar eeuwige rivier.

III 'Market Garden', de codenaam voor de gewaagde operatie die vanuit Engeland uitgevoerd werd tijden de 2e wereldoorlog om de bevrijding van Nederland een beslissende impuls te geven. Dit is echte programma-muziek. Het deel begint met flarden van 'God save the king', het Engelse volslied maar onderhuids broeit de spanning. Dan stijgende dynamiek, bijna letterlijk de vele vliegtuigen die opstijgen vanuit Engeland om het moedige plan uit te voeren. De vele zweefvliegtuigen met materieel en soldaten, een bijna poëtisch beeld maar met een dramatische afloop. Uiteindelijk staat er boven de muziek 'Violente', heftig, de strijd die uiteindelijk ontbrandt tussen het 'air borned' leger en de onvermoede Duitse overmacht.
De afloop kennen wij en van tijd tot tijd lopen wij over het ereveld, ons verbazend over de jeugdigheid van hen die vielen. Zestig jaar na de bevrijding blijft 'Market Garden' onderdeel van het collectieve geheugen van Arnhem, dit zullen wij en willen wij niet vergeten.


IV 'Eusebius', de grote kerk op de markt, gebouwd in een tijd waarin de religie eenduidig was, wat wij tegenwoordig katholiek noemen. De muziek is aanvankelijk middeleeuws van karakter, er klinkt niet letterlijk Gregoriaans maar de geur is aanwezig. Daarna volgt de reformatie die gesymboliseerd wordt door de melodie 'Vom Himmel hoch...'. Hierna breekt de 2e wereldoorlog uit en in het tumult worden kerk en toren zwaar beschadigd!
Maar de phoenix verrijst uit de as. De kerk heeft in deze tijd zijn religieuze functie verloren maar de toren is van verre al zichtbaar, een wuivende hand die ons begroet in 'Arnhem!'.

 

2008
'Lancelot' *
 Bronsheim Music
10 minutes

Over de Britse 'King Arthur' gaan veel verhalen, legendes. Men weet niet of hij echt bestaan heeft maar hij was een onuitputtelijke bron van inspiratie voor dichters en schrijvers. Hij woonde op Camelot Castle waar hij een groep ridders had verzameld die hem in voor- en tegenspoed toegewijd waren, de zogenaamde 'ridders van de ronde tafel'.
Een van die ridders was Lancelot.
 
Over hem gaat het verhaal dat hij aanvankelijk een avonturier was. Op een van zijn zwerftochten raakt hij in gevecht met de ridder Meleagant die Guinevere, de vrouw van Arthur gevangen houdt. Lancelot verslaat Meleagant en bevrijdt Guinevere. Arthur is Lancelot zeer dankbaar en neemt hem op in zijn ridderkring.
 
Hiermee zou het verhaal een waardig einde hebben ware het niet dat de liefde, zoals zo vaak, roet in het eten gooit. Er groeit een romance tussen Lancelot en Guinevere. Ook dit zou een mooi einde kunnen zijn maar nee, Arthur komt erachter en ontsteekt in hevige woede. Lancelot wordt verbannen van Camelot Castle en herneemt zijn oude leven, dat van dolende ridder.
 
En zo eindigt éen van de verhalen rond Lancelot.
 
Dit verhaal heb ik verbeeld in een vierdelige suite waarvan de titels na lezing van het bovenstaande voor zichzelf zullen spreken.
 
PS 'Lancelot' is als compositie de opvolger vam 'King Arthur'. Ik ben hierbij afgestapt van het 10-stemmig variabel, ook omdat er technisch wat meer gevraagd wordt. 
 

2009
'Joyful Symphony' ***  Bronsheim Music
13 minutes


2012
'Riverside' * 
Bronsheim Music
7'30'' 

Toelichting Riverside

Ik ben geboren in Arnhem, een stad aan de Rijn, de grote Europese rivier. Dat betekent dat zo'n rivier een belangrijke rol in je leven speelt. Je bent vaak op de Rijn-kade want daar is van alles te doen, je maakt boottochtjes, ik heb zelfs óp de Rijn gewoond in een woonark, gemeerd in een zijarm van de Rijn, kortom, alle reden om daar eens een compositie aan te wijden.

'Riverside' is tweedelig. Het eerste deel is een wiegende 3/4-maat waarmee de stroming en de golfslag gesuggereerd worden. Het tweede deel suggereert een tocht over de rivier waarbij je allelei landschappen passeert, je vaart door steden, door natuurgebieden, een afwisselend geheel, geschikt voor muzikale uitbeelding.
2012
'Cross or sword' ** 
Bronsheim Music
9'30''

'Cross or Sword', een compositie geïnspireerd door de Middeleeuwen, een periode die globaal loopt van 500 tot 1500. De titel omvat de thema's die een grote rol hebben gespeeld in deze interessante periode: religie en politiek.

De verschillende delen:

I, 'Kathedraal', symbool van de plaats van het geloof in het leven van de middeleeuwse mens. Machtige bouwwerken, knappe staaltjes van architectuur waarvan de bouw lange tijd in beslag nam. Kosten nog moeite werden gespaard.

II, 'Kruistocht', de verschillende heroveringstochten die westerse legers van de 11e tot de 13e eeuw ondernamen tegen de islamitische invasies, voor de herovering en het behoud van de voor christenen heilige plaatsen in Palestina.

III, 'Troubadour', de dichter-componist-zanger die rondtrok om zijn creaties te presenteren. De Middeleeuwen is ook een cultuur-rijke periode. Zoals genoemd de bouwkunst, verder schilderkunst, poëzie, muziek, een ongelooflijke rijkdom waarvan gelukkig veel bewaard is gebleven. Hier bezingt de troubadour al deze schoonheid.

IV, 'Byzantium', ook wel genoemd het Oost-Romeinse rijk, een voortzetting van het afkalvende West-Romeinse rijk waartoe onze streken behoorden. Als eerste keizer van Byzantium wordt Contantijn I genoemd die dan ook gezien werd als een opvolger van de Romeinse keizers. Byzantium omvat een groot deel van het huidige Oost-Europa, Turkije en Noord-Afrika. De hoofdstad was Constantinopel, het huidige Istanbul. 'Byzantium' heeft een grote culturele, religieuze en politieke bijdrage geleverd in de tijd van de Middeleeuwen en staat als zodanig aan de wieg van onze beschaving. Voorwaar, een vitale muziek waardig.







 

Schoonenbeek Joyful Symphony.mp3

Concerto for piano and fanfare 1.mp3

Schoonenbeek Tableaux Symfoniques 3.mp3