Kees Schoonenbeek

* = easy
** = medium
*** = difficult
2001

'Uit hoeken en gaten' ('From everywhere) ** Canzona Music
( with 4 trumpets)
7 minutes

2002
'In weer en wind' ('In weather and wind') ***
Canzona Music
(six pieces, each ca 5 minutes)

Gecomponeerd in opdracht van Het Fonds voor de Scheppende Toonkunst op initiatief van de Nederlandse Klokkenspel Vereniging.
 
'In weer en wind' is een bundel met zes stukken van gemiddelde lengte. Ik heb voor deze vorm gekozen omdat mij lijkt dat kortere stukken zich beter voegen naar de praktijk van het klokkenspel dan langere werken. Natuurlijk kunnen de zes\stukken als een suite gespeeld worden (ik heb hierop gelet bij het bepalen van de volgorde) maar dit is absoluut geen voorwaarde.
 
I 'Serial ringing'(5'). Een imitatie van Engels klokgelui waarbij een aantal klokkenluiders een serieel spel spelen.
 
II 'Andante Contrasto' (4'45''). De titel geeft aan waar het om gaat. Twee contrasterende thema's wisselen elkaar af.
 
III 'The spell of light' (4'30''). Een door mij vaker gebruikte titel waaraan persoonlijke beelden verbonden zijn. Drie thema's wisseln elkaar af maar gaan ook een synthese aan. Het karakter is evocatief.
 
IV 'Ick gingh op eenen morgen' (4'30''). Een melodie uit het 'Haerlems oudt lietboek', gelijkend op het Gregoriaanse 'Fontes et omnia (Vespers, Pinksteren). Een prachtige melodie en daardoor een dankbaar subject voor een aantal variaties.
 
V 'Passacaglia' (4'40''). Een bas en een bijbehorend akkoordenschema worden voortdurend herhaald, weliwaar gevarieerd. Aan het eind stopt de herhaling van het thema omplaats te maken voor een vrijere fantasie ter afsluiting.
 
VI 'Het zwarte licht' (4'50''). Een roman van Harry Mulisch over een beiaardier die zichzelf in de loop van het verhaal overstijgt in een adembenemende improvisatie op het klokkenspel en zo de stad hypnotiseert. Het was een uitdaging om te proberen de beschrijving van Mulisch gestalte te geven.
 

2006
'Campana in Aria' **(*)
Mansarda Sintra
(carillon and wind-orchestra)
22 minutes

'Campana in Aria' is gecomponeerd voor mobiel of verrijdbaar carillon- solo en harmonie-orkest. 'Mobiel' betekent dat er een optimaal contact is tussen solist en orkest hetgeen tussen een carillon 'in de toren' en een orkest 'op het plein' bijna niet mogelijk is. Er kan nu concertant gemusiceerd worden hetgeen betekent dat solist en orkest soepel afwisselen, elkaar begeleiden, aanvullen etc.

Het werk begint met een continuüm van het carillon waartegen het orkest 74 x hetzelfde akkoord speelt. Deze akkoordherhalingen zijn aanvankelijk gescheiden door lange rusten die echter steed korter worden totdat de akkoordherhalingen aansluiten. Na deze ouverture ontwikkelt zich een z.g. sonate-vorm waarin het bovengenoemde concertante kan opbloeien.

Deel II is gebaseerd op een oud Nederlands volkslied 'Ick ging op eenen morgen', een prachtige sfeervolle melodie, gelijkenis vertonend met de Gregoriaanse melodie 'Fontes et Omnia'.

Deel III begint weer met dezelfde ouverture als deel I, echter nu uitlopend op een fantasie over thema's van Leoninus en Perotinus. Dit zijn componisten die in de 12e- 13e eeuw verbonden waren aan de toen pas gebouwde Notre Dame in Parijs. Hun composities werden meestal 'organum' genoemd waaruit zich vervolgens andere compositie-vormen ontwikkelden. Van beide componisten heb ik het organum 'Haec Dies' ('dit is de dag') gekozen. Bij dit type organum zit in de bas een Gregoriaanse melodie in lange notenwaarden waarboven twee stemmen in snellere notenwaarden zijn bijgecomponeerd. Ik gebruik in dit deel
een soort collage-techniek waarbij fragmenten van de twee organa gemixed worden met eigen inbreng zodat iets ontstaat waarvan zelfs Leoninus en Perotinus niet konden dromen.

De titel 'Campana in Aria' is dubbelzinnig. 'Campana in aria' is een term uit de orkestratie en betekent dat de hoorns hun beker (ook 'campana' genoemd) omhoog ('in aria') moeten draaien zodat de klank directer over komt.'Campana' betekent echter vooral 'klok', zeker in dít werk.